Ceuta
|
De Spaanse enclave Ceuta (in het Arabisch Sebta) op het schiereiland Monte Ancho ligt aan de Noord-Afrikaanse zijde van de Staat van Gibraltar, met aan beide kanten bergen die de zogenaamde Pilaren van Hercules vormen. Voorheen viel de stad onder bestuur van de Spaanse provincie Cádiz, sinds 1995 is het een Cuidad Autónoma ofwel een autonome stad. Marokko beschouwt Ceuta, de oostelijker gelegen vestingstad Melilla en zeven onbewoonde eilandjes voor de Noord-Afrikaanse kust – samen de Plazas de soberanía genaamd – als bezet Marokkaans grondgebied.
Ceuta is een vrijhaven. Als Spaans grondgebied is het wel lid van de Europese Unie, maar uitgezonderd van de Europese belastingwetgeving. Hierdoor is Ceuta in trek bij Spanjaarden, vooral uit Andalusië, als bestemming voor een dagtrip. Jaarlijks komen naar schatting 1 miljoen toeristen naar Ceuta om belastingvrij te winkelen. |
|
Het grootste deel van de bevolking is van Spaanse afkomst, maar er woont ook een grote minderheid van Marokkaanse afkomst en er zijn kleine minderheden van joden en hindoes. De slogan van de lokale VVV is dan ook ‘Ceuta: cuatro mundos por descubrir’ (‘vier werelden om te ontdekken’). Waarschijnlijk is Ceuta door de Feniciërs gesticht. Later werd het een onderdeel van het Romeinse Rijk. Hierna ging het over in handen van verschillende islamitische dynastieën (de Almoraviden, Almohaden en Hafsiden). In 1309 werd Ceuta veroverd door het Koninkrijk Fez, in 1415 bezet door Portugal en werd het de eerste kolonie van een Europese grootmacht in Afrika. Bij de Vrede van Lissabon (1668) kwam het in het bezit van Spanje. Toen Spaans Marokko in 1956 deel werd van het onafhankelijke Marokko bleef Ceuta bij Spanje. |
![]() |
Bezienswaardigheden
Église Nuestra Señora de África – een opvallende Spaanse kerk tussen 1704 en 1726 gebouwd op de plek van een oude moskee. Binnen is een veelheid aan ornamenten te bewonderen, onder meer een kerkschat (schilderijen, een verluchte Portugese bijbel uit de 17e eeuw) en een standbeeld van de berschermvrouwe van Ceuta, Nuestra señora de África. In de 16e eeuw zou zij de stad van een verwoestende pestepidemie hebben gered
Museum van het Vreemdelingenlegioen – met militaire muziek op de achtergrond doen kaarten, foto’s, medailles en vlaggen verslag van de geschiedenis van het vreemdelingenlegioen in Afrika vanaf 1920, het jaar waarin het Spaanse korps werd opgericht.
Archeologisch Museum - de mooiste stukken zijn een wit marmeren sarcofaag uit de Romeinse tijd en een verzameling Punische en Romeinse amfora’s. Verder nog oude wapens en keramiek van het Neolithicum tot het Romeinse tijdperk.
![]() |
Plaza de Africa en Foso Real (of San Felipe) – dit weidse plein is het centrum van de stad en is op de plek van de grote markt van de medina gebouwd. Aan de noordkant van het plein staat een kathedraal (1729). Aan de zuidkant staat de Ayuntamiento (het stadhuis), een koloniaal gebouw uit 1929 met fresco’s van Mariano Bertuchi. Aan de westkant ligt de Foso san Felipe: deze met water gevulde holte scheidt de landengte van het vasteland en vormt tevens de verbinding tussen de Straat van Gibraltar en de Middellandse Zee. Aan weerszijden van de Foso staan overblijfselen van de stadsmuren en de twee bastions (1530) die bij een Portugese burcht behoorden. Monte Hacho – Vanaf de Place de la Constitucion loopt een weg oostwaards langs de zeeboulevard tot aan de Monte Hacho (181 m). Op de ronde berg staat een citadel. Rij stapvoets over de overhangende kustweg om van het panorama over de landengte, de bergtop van de jebel Musa en de rotsen van Gibraltar te kunnen genieten. Vlak voor de vuurtoren loopt een weggetje naar de hermitage van San Antonio: rondom deze kapel (1593) wordt jaarlijks op 13 juni met veel folklore en processies het feest van San Antonio gevierd. Direct daarnaast staat het voormalige Portugese fort El Desnarigado waarin een klein militair museum is gehuisvest. |




